Theereis Sri Lanka 2020

Dames in thee fabriek
Het theemuseum in Kandy

In januari 2020 waren we in Sri Lanka op zoek naar losse thee. Zodra we in de buurt van Kandy kwamen zagen de we theevelden al liggen. Het zag er echt geweldig uit.

onze thee reis in Sri Lanka (Ceylon)
kaart van theereis

Vlak bij Kandy ligt ook een thee museum. Hier vertellen ze van alles over de manier waarop ze in Sri Lanka thee maken. We hadden het idee dat het nog erg druk zou worden, want binnen een vloek en een zucht hadden we het museum gezien en zaten we aan de thee. We waren de enige in het museum.

In het museum kregen we ook over James Taylor te horen.

Geschiedenis

Volgens de overleveringen hebben de Nederlanders de theeplant geïntroduceerd toen zij het eiland bezet hadden in de 17de eeuw. 

In Sri Lanka werd thee pas in 1824 voor het eerst beschreven, gedurende het Engelse koloniale bewind. Een handvol theeplanten uit China werden aangeplant in de Botanische tuinen van Peradeniya (vlak buiten Kandy). In de jaren erna zijn er ook theeplanten uit Assam aangeplant. 

James Taylor, een koffieboer, kreeg Assamzaden uit de botanische tuin die hij op 20 hectare op Loolecondera Estate aanplantte. Hij heeft het “twee bladeren en een bud” geperfectioneerd tot de “fijn plukken” techniek. Deze manier van plukken wordt in Sri Lanka nog steeds gebruikt.

De Engelsen legden veel plantages in Sri Lanka aan. Omdat ze plukkers nodig hadden, haalden ze deze uit India. Over het algemeen Tamils uit India (dit zijn niet de Jaffna Tamils die uit het Noorden van Sri Lanka komen).

Het heden

In Sri Lanka zijn ongeveer 1 miljoen mensen werkzaam in de thee industrie. Bijna alle thee wordt verhandeld via de veiling in Colombo.

De vrouwen die de thee plukken werken van 8 tot 16 uur, 6 dagen in de week. Zij moeten een quota halen van 18kg per dag. Wanneer ze dit halen dan krijgen ze 600 LKR betaald, omgerekend € 3,06. (dat is een kleine 15.000 LKR (€75,00) per maand). Wanneer ze de quota niet halen dan krijgen ze maar 300 LKR (€1,53).

Sommige plantages betalen hun medewerkers een vast maand salaris. 

Het wordt voor de theefabrieken steeds lastiger om plukkers te vinden, aangezien de jongere generatie beter opgeleid is dan de generatie die nu nog plukt. Zij zoeken ander werk en willen niet meer op de theeplantages werken.

Daarbij dalen de prijzen voor thee. Ook hebben ze veel concurrentie gekregen van landen als Kenia en Vietnam. Waar Ceylon vroeger hoog op de lijst stond van thee producerende landen, is het nu naar plek 4 gezakt. (na China, India en Kenia)

Een aantal theeproducenten zien ook in dat de manier van werken die tot nu toe in Sri Lanka gehanteerd wordt niet langer houdbaar is. Ze richten zich op artisinal tea of speciality tea.

Commerciële theefabrieken

Loolecondera Tea Factory
Loolecondera Tea Factory

Na Kandy zijn we naar Nuwara Elija gereisd. Onderweg de James Taylor Tea Factory (Loolecondera) aangedaan, maar die lag er verlaten bij. Er werd op dat moment niet geproduceerd. Of de fabriek nog operationeel is, is ons niet duidelijk.

Dambro Labookellie Tea Factory was de eerste commerciële fabriek die we bezocht hebben. Daar aangekomen kregen we een rondleiding door de fabriek. In een hoog tempo werd het hele proces uitgelegd. En konden wij zien hoe er van groene theeblaadjes zwarte thee gemaakt werd. Hier nog een kopje thee met theecake gekregen (de bedoeling was natuurlijk dat we thee gingen kopen).

Na Dambro hebben we Blue Field Tea Gardens bezocht. Onze gids was een jonge man die het verhaal over de fabriek uit zijn hoofd geleerd had. Wanneer we hem een vraag stelden was hij het verhaal kwijt en begon weer op nieuw. Ze produceren daar thee van OP(A) tot hele fijne thee. En alles gaat via de theeveiling in Colombo. Allemaal in bulk.

We hadden nu wel een idee hoe thee gemaakt wordt. Daarna zijn we ook nog bij Pedro Estate geweest. Toen wij aankwamen was het stil in de fabriek. Het rollen, crushen en twisten van de thee wordt daar ’s nachts gedaan. We zagen wel dat er thee binnen kwam van de velden. Elke 2 uur wordt de thee bij de fabriek gebracht, gewogen en te verwelken gelegd. De thee smaakte hier beter dan bij de vorige fabrieken.

De toekomst

Amba Estate

De volgende plek die we bezochten was Ella. Nou ja we zijn er doorheen gereden. Onze bestemming was Amba Estate. Amba wordt geleased door JSOC Holding. Een bedrijf opgezet door 4 sponsors; 1 uit Sri Lanka, 1 uit Oezbekistan, 1 uit Italië en 1 uit de VS. 

Het doel van deze onderneming is het maximaliseren van de werkgelegenheid en van het inkomen van de lokale bevolking met behoud van de natuurlijke omgeving. Ze doen dit door de lokale boeren en ambachtslieden te laten zien hoe ze hun producten aan internationale consumenten kunnen verkopen. In plaats van alleen maar waardevolle grondstoffen te verkopen aan grote verwerkers en handelaren.

De Estate is biologisch gecertificeerd, de thee zelf niet. Er worden geen bestrijdingsmiddelen of kunstmest gebruikt, alles is 100% natuurlijk. Ze hadden geen kennis van thee produceren en hebben zich dit in een aantal jaar eigen gemaakt.

Thee rondleiding op Amba Estate
Rondleiding op Amba

Anders dan op de “gewone” estates, voeren de dames hier het hele proces uit, van plukken tot inpakken. Elke batch thee is helemaal traceerbaar naar de plukster. Waar normaal 2 blaadjes en een bud worden geplukt, plukken ze op Amba 1 blaadje en een bud. Deze laten ze verwelken en worden daarna met de hand gerold om daarna voorzichtig gedroogd te worden. Graden gebeurt hier niet omdat er zo voorzichtig geplukt en gerold is. Het resultaat is een Tippy Golden Orange Pekoe (TGOP). Deze thee wordt direct geëxporteerd (gaat dus niet via de veiling). Wij gaan deze losse kwaliteitsthee verkopen. 

Natuurlijk wordt er niet alleen maar TGOP gemaakt, Broken Orange Pekoe, thee met sereh, thee met kaneel en thee met andere toevoegingen worden ook gemaakt.

Alle ingrediënten voor de theemelanges worden op Amba Estate geoogst.

Het mooie van Amba is dat iedereen die er werkt een vast inkomen heeft en boven op het inkomen ook nog een bonus krijgt. 10% van de omzet wordt onder de medewerkers verdeeld. Waar andere plantages moeite hebben om werknemers te krijgen, staan ze bij Amba in de rij om te mogen werken.

De medewerkers van Amba verdienen in 2019 gemiddeld 38.000 LKR (€194) per maand, heel wat meer dan op de commerciële plantages

Er wordt hier niet veel thee gemaakt, ze zitten al aan hun maximale grens van productie. Het leuke aan Amba is dat ze ook bezig zijn met de productie van koffie. Het staat nog helemaal in de kinderschoenen. Maar het lijkt erop dat koffie weer terug is in Sri Lanka. We blijven dit zeker in de gaten houden.

Koffie wasstation
Koffie wasstation

Amba richt zich met haar thee op een hoger segment en zien dit als de toekomst voor Ceylon thee. Het concept dat zij hanteren delen ze graag en gratis met andere thee producenten. Ze hebben wel de eis dat de plantages boutique blijven.

Wil je meer zien van Amba? Click dan hier

Handunugoda Tea Estate

Herman Tea op Handunugoda Tea Estate was ons ook aangeraden om langs te gaan. Hier zou een beroemde witte thee vandaan komen. 

Aangezien het Tea Estate vlak bij Unawatuna ligt, in het zuiden van Sri Lanka, komen er hier ook veel toeristen. Ongeveer 300 per dag. Gelukkig had Petra per mail al contact opgenomen met het Estate. We kregen een rondleiding van de eigenaar zelf: Mr Herman. Een aardige oudere man die wat moeilijk ter been lijkt. Ook Mr Herman geeft aan dat de tijd van bulk Ceylon thee voorbij is en dat er voor goede losse thee alleen nog mogelijkheden zij aan de bovenkant van de markt.

Het estate ligt vlak aan zee en kent maar 1 regenseizoen en tot voor kort duurde dit regenseizoen maar 2 maanden. (Door de klimaatverandering verandert dit). Om te zorgen dat de planten niet uitdrogen, planten ze schaduwbomen. Een voordeel van deze schaduwbomen is dat de grond onder de bomen en theestruiken koeler blijft, waardoor water minder verdampt. Een ander voordeel is dat vogels aangetrokken worden door de bomen, en die vogels eten de insecten op die op de theeplanten zitten. Hierdoor wordt er bij Hermans Tea niet gewerkt met bestrijdingsmiddellen. Ze gebruiken nog wel kunstmest, maar hebben dit al teruggebracht van 6 keer per jaar naar 1 keer per jaar en ze gaan er helemaal mee stoppen.

Virgin White Tea
Mr Herman en een plukster van de Virgin White Tea

Ze maken hier een Virgin White Tea, een thee die pas door de mens wordt aangeraakt wanneer je deze drinkt. De dames die de thee “plukken”, knippen de thee bud met een “gouden” schaartje, dragen handschoenen en beschermende kleding. Alles om te zorgen dat de thee niet door de mens wordt aangeraakt. Per dag knipt een plukster ongeveer 25 gram thee. Vroeger, in de tijd van de Chinese keizers, werd deze thee geplukt door maagden. “Maar waar vind je die nog” was Mr Hermans reactie. Het resultaat is een hele delicate witte kwaliteitsthee. 

Naast deze witte thee hebben ze ook de orthodoxe thee, maar wel op kleine schaal geproduceerd, en een mooie Oolong thee. Dit is een licht geoxideerde losse thee.

Sapphire Oolong
Wittering voor Oolong thee

Forest Hill Tea

Budikka de eigenaar van Forest Hill Tea belde ons al toen we onderweg waren. Hij was erg blij dat wij langs kwamen. Normaal duurt een theerondleiding bij Forest Hill 1 dag (in een commerciële fabriek 12 minuten).

Forest Hill is een bedrijf dat samenwerkt met Amba Estate.

Wat Forest Hill speciaal maakt, is dat hun wilde thee van ruim 140 jaar oude theebomen komt. De Engelsen hebben theestruiken geplant op de hellingen van Adam’s Peak. Na 10 jaar hebben ze het estate verlaten omdat deze verliesgevend zou zijn. Nu zijn de theestruiken theebomen geworden en is het Warnagala Estate 100 hectare tropisch regenwoud. De theebomen zijn 9 tot 12 meter hoog. Dit geeft de wilde thee een uniek karakter. De kwaliteit van de wilde thee blijft hoog omdat er maar kleine batches thee wordt geproduceerd. 

Omdat Adam’s Peak wordt gezien als een heilige berg, mag er ook niets gekapt of verwijderd worden. Er wordt natuurlijk geen gebruik gemaakt van bestrijdingsmiddelen of kunstmest. 

Naast thee groeit er op het estate ook wilde kardemom en kruidnagel. Een mooie combinatie met losse thee.

Cupping bij Forest Hill
Thee plukken is best lastig

Om te zorgen dat de boeren, die aan de rand van het regenwoud theeplantages hebben kwaliteits thee kunnen leveren, helpt Budikka hen door een hogere prijs te betalen dan bij de reguliere teelt. Zij dienen dan wel schaduwbomen te planten en geen bestrijdingsmiddelen of kunstmest te gebruiken. Dit heeft tot gevolg dat de 1e 2 jaar de theeopbrengst lager is. De Forest Friendly thee die hier geplant is, is een speciale kloon die een wat donkerder rood blad heeft. Hier wordt groene losse thee van gemaakt. Wanneer je een beetje citroen bij de thee doet kleurt deze roze. Zonder de citroen smaakt de thee beter.

Onze reis is veel te snel voorbij. We hebben van de 3 laatste estates samples meegenomen om thuis nog eens uit te proberen. Wanneer je op vakantie bent smaakt alles natuurlijk geweldig.

Meer informatie over Forest Hill vind je hier.

In ons assortiment

Wij gebruiken cookies om het gebruik van onze webwinkel te faciliteren/ het inloggen op onze website te vergemakkelijken/ uw instellingen en voorkeuren te onthouden. U kunt deze cookies uitzetten via uw browser maar dit kan het functioneren van onze website negatief aantasten.